Skip to content

#6 Monoloog – Zorg dat je stemt (en stem progressief)

Lees de volledige tekst op: https://www.kasperjansen.nl/6-monoloog-zorg-dat-je-stemt-en-stem-progressief/

Hallo beste luisteraars,

Hopelijk tref ik jullie allemaal in goede gezondheid.

Wetend dat ik, naast mijn persoonlijke stempas, beschik over jullie aandacht, hoe kortstondig en wisselvallig die aandacht ook mag zijn, kan ik het niet laten een paar belangrijke opmerkingen te maken over de aanstaande Tweede-Kamer-verkiezingen. 

Ten eerste wil ik herhalen wat ik zei aan de vooravond van de Europese verkiezingen in 2019: ga alsjeblieft stemmen. Met name de opkomst onder jongeren tot 24 jaar, waarvan ik weet dat ze zich in mijn publiek bevinden, is veel te laag. Bovendien was de opkomst onder jongeren bij de vorige Tweede-Kamerverkiezingen, in 2017, láger dan bij de Tweede-Kamerverkiezingen in 2012. Ipsos stelde een daling vast van 70 procent in 2012 naar 66 procent in 2017. Omdat jongeren gemiddeld progressiever zijn dan de rest van de bevolking én omdat zij van alle stemmers het langst zullen moeten leven met de gevolgen van politieke besluiten die nu genomen worden, is het extra belangrijk om de opkomst van jongeren omhoog te krijgen. Daarnaast, en algemener, is het een verdrietig feit dat een heleboel goede ideeën niet kunnen worden uitgevoerd omdat veel mensen die achter die ideeën staan niet de moeite nemen om te stemmen op een partij die de ideeën wil uitvoeren. Die ogenschijnlijk kleine onachtzaamheid – vaak gecombineerd met verzuchtingen over hoe ver Den Haag zogenaamd af staat van het individuele leven, hoe weinig er zogenaamd kan veranderen en hoe relatief alles zogenaamd is – kan ons in de toekomst duur komen te staan. Het kans ons het restant van de verzorgingsstaat kosten. Het kan ons de democratische rechtsstaat kosten. Het kans ons zelfs het klimatologische evenwicht van de planeet kosten. En nu denk je misschien: ‘Ja, ik realiseer me welke duistere klimaatscenario’s ons opwachten, maar ik heb niet het idee dat ik daar iets aan kan veranderen en daarom stem ik niet.’ Maar de vraag die je jezelf moet stellen is niet: ‘weet ik wel zeker dat ik het kan veranderen?’. De vraag die je jezelf moet stellen is: ‘als deze scenario’s ook maar gedeeltelijk bewaarheid worden, wil ik dan niet het minimale gedaan hebben om ze te voorkomen?’ We zitten midden in een ongekende, catastrofale misdaad tegen een groot deel van het leven op aarde, inclusief de mens. Het gaat hier niet om het meetbare rendement van jouw wandelingetje naar het stemlokaal. Het gaat om hoe je jezelf wilt herinneren en om hoe je herinnerd wilt worden door latere generaties. 

Nu ik je er hopelijk van overtuigd heb, als je dat niet al was, om te gaan stemmen, kom ik bij mijn tweede cruciale punt. Het is niet een tirade tegen kwalijke partijen als Forum voor Democratie, PVV, SGP en DENK, al maak ik me grote zorgen over de bliksemrehabilitatie van Thierry Baudet. Als je hiernaar luistert, is de kans klein dat je van plan bent op één van deze partijen te stemmen. En als je dat wel van plan bent en je vraagt je af wat ik daar op tegen kan hebben, heb je meer overreding nodig dan ik in dit korte tijdsbestek kan opbrengen. Liever val ik een opvatting aan die juist aardig gedijt bij tegenstanders van Forum voor Democratie en PVV, namelijk het beeld van VVD en CDA als een praktisch en fatsoenlijk midden tussen onpraktische en onfatsoenlijke extremen op rechts én op links. Rechts van de VVD beginnen de xenofobie en de autocratie. Links van het CDA beginnen de cancel culture, de massa-immigratie uit islamitische landen en het naïeve wensdenken dat de economie om zeep zou helpen. Kortom: bij coalities met VVD en CDA als ‘motorblok’ is het land in goede handen. 

In deze voorstelling van zaken gaan meerdere dingen mis. Om te beginnen is de VVD helemaal niet vrij van xenofobe en autocratische neigingen. Ik roep de uitspraken van minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok in herinnering uit de zomer van 2018. Hij zei onder andere: ‘Noem mij een voorbeeld van een multi-etnische of multiculturele samenleving waar de oorspronkelijke bevolking nog woont en waar een vreedzaam samenlevingsverband is. Ik ken hem niet.’ Uiteraard zijn er talloze voorbeelden, waaronder het land waar Blok minister van is. Deze uitspraak gaat verder dan de stelling dat niet alle culturen even waardevol en compatibel zijn. Blok impliceerde dat culturele en zelfs etnische verschillen niet succesvol overstegen kunnen worden door universele principes, een onjuist, anti-liberaal, extreemrechts idee. Dat hij niet gedwongen werd af te treden, maakt duidelijk hoe normaal dergelijke opvattingen inmiddels zijn, ook buiten de partijen die zich erin specialiseren.

Een ander kras voorbeeld is het voorstel, dat VVD-fractievoorzitter en jurist Klaas Dijkhoff in september 2018 in de krant plaatste, straffen in probleemwijken te verdubbelen. Deze vorm van rechtsongelijkheid past uitstekend in de visie op Nederland die Dijkhoff uiteenzette in zijn speech op het VVD-congres eerder dat jaar: een beweging van het toekennen van rechten aan burgers (en aan mensen in het algemeen) naar het verlenen van gunsten aan zogeheten ‘goed volk’. Dijkhoffs speech op het VVD-congres heb ik met Rosa van Gool ontleed in aflevering 56 van De snijtafel. Dijkhoff noemde zijn probleemwijkenplan, zelfs na zware kritiek in de Kamer en van journalisten, nog steeds ‘één van zijn top tien ideeën’. Het is niet moeilijk om te zien hoe een mentaliteit als die van Dijkhoff kan leiden tot bij voorbaat draconische behandeling van mensen die er, op basis van bepaalde oppervlakkige kenmerken, van verdacht worden geen ‘goed volk’ te zijn, zoals daadwerkelijk gebeurde in de toeslagenaffaire. De toeslagenaffaire, weten we het nog? Het ongekende onrecht waarvoor Lodewijk Asscher wél de ultieme prijs betaalde, maar waar Mark Rutte mee weg probeert te komen door tijdelijk het woordje ‘demissionair’ voor zijn titel te plaatsen.

Over Mark Rutte gesproken, die weigerde in 2017 de mensen te veroordelen die met een illegale en gevaarlijke snelwegblokkade en door te dreigen met zwaar vuurwerk een rechtmatige demonstratie tegen Zwarte Piet hadden verhinderd. Zijn liefde voor de vrijheid van meningsuiting won het blijkbaar niet van zijn liefde voor oerhollandse tradities. Ook kan Rutte het voor een liberale premier erg goed vinden met de theocratische, misogyne SGP. In 2012 zei hij: ‘Als liberaal zijn er natuurlijk terreinen waar we over van mening verschillen, maar aangaande het overgrote deel van de onderwerpen zijn we het eens met de SGP.’ In 2018 zei Rutte ‘met extra belangstelling’ te kijken ‘naar de opvattingen’ van de SGP en roemde hij de toen 100-jarige partij om haar ‘heldere principes’.

Laten we ook niet vergeten dat zowel Geert Wilders als FvD-bekeerling Wybren van Haga bij de VVD begonnen zijn en dat één van de weinigen die Thierry Baudet nog steunden na zijn nazistische demasqué eind november VVD-coryfee Hans Wiegel was. Dit betekent natuurlijk niet dat álle reactionaire excessen te herleiden zijn tot de VVD. Het chauvinistische plan van het huidige kabinet om basisschoolkinderen het volkslied uit hun hoofd te laten stampen, kwam bijvoorbeeld niet van de VVD. Dat kwam van het CDA. 

De Orde van Advocaten heeft de verkiezingsprogramma’s van de 13 grootste partijen getoetst op eerbiediging van de rechtsstaat en alleen de Partij van de Arbeid, D66 en GroenLinks kwamen feilloos door de test. Andere partijen kregen tenminste zogenaamde ‘gele kaarten’ voor plannen die een risico konden vormen voor de rechtsstaat. ‘Rode kaarten’, voor plannen die regelrecht in strijd zijn met de rechtsstaat, werden uitgedeeld aan VVD, CDA, SGP, PVV, Forum voor Democratie, JA21 en SP. Bij de rode kaarten gaat het meestal om hoe de partijen asielzoekers en Nederlandse moslims willen behandelen. Rutte’s vrienden bij de SGP kregen ook een rode kaart voor het willen herimplementeren van de doodstraf.

Het is dus niet waar dat VVD en CDA vrij zijn van de reactionaire en anti-rechtsstatelijke tendensen van nog rechtsere partijen. Met name bij de VVD zijn dezetendensen heel duidelijk zichtbaar. Het is óók niet waar dat partijen links van VVD en CDA allemaal lijden aan contraproductieve wokeness, allemaal pleiten voor open grenzen en allemaal naïef zijn over de gevaren van islamisme en jihadisme. Ik denk dat vrijwel iedereen die hiernaar luistert dat ook al weet.

Maar er is één hardnekkig en schadelijk vooroordeel over linkse partijen dat te weinig wordt tegengesproken en soms zelfs, tot mijn grote ergernis, door linkse partijen wordt beaamd of gevierd. Dan heb ik het over het vooroordeel dat links beleid ten koste gaat van de economie. Dit vooroordeel is gebaseerd op de illusie van een harde keuze tussen economische groei en stabiliteit aan de ene kant en zaken als ambitieus klimaatbeleid, sociaal beleid en een sterke publieke sector aan de andere kant. VVD’ers zouden kiezen voor economie boven idealen, volgens critici omdat ze geen andere idealen hebben dán de economie, volgens henzelf omdat je zonder sterke economie ook geen geld overhoudt voor je idealen. Linkse partijen kiezen daarentegen voor idealen boven economie, volgens critici omdat ze naïef zijn over de noodzaak van een sterke economie, volgens henzelf omdat ze eerlijkheid en rechtvaardigheid belangrijker vinden dan geld. 

In plaats van hun positie in deze tegenstelling te verdedigen, zouden linkse partijen deze hele tegenstelling moeten verwerpen. Ze is ridicuul. Alsof het verdubbelen van het aantal daklozen in tien jaar tijd goed is voor de economie, maar investeren in onderwijs slecht is voor de economie. Alsof starters van de woningmarkt af jagen goed is voor de economie, maar genoeg politie-agenten in dienst nemen slecht is voor de economie. Alsof mensen via eigen risico’s en eigen bijdragen stimuleren om te blijven lopen met klachten goed is voor de economie, maar beter openbaar vervoer slecht is voor de economie. Alsof géén mondkapjesvoorraad aanleggen met het oog op – bijvoorbeeld – een mogelijke pandemie goed is voor de economie, maar nertsenfokkerijen sluiten zonder miljoenen aan compensatie te betalen slecht is voor de economie. Alsof kerosine en veehouderij subsidiëren goed is voor de economie, maar elektrische auto’s en zonnepanelen subsidiëren slecht is voor de economie. Abjecte onzin waar progressief Nederland resoluut korte metten mee moet maken. Zelfs iets als het behouden of verhogen van de dividendbelasting hoeft helemaal niet slecht te zijn voor de economie. Hogere belasting op winst maakt het immers minder aantrekkelijk voor bedrijven om winst uit te keren en aantrekkelijker om winst meteen weer te investeren, wat goed is voor de economie.

Helaas willen linkse partijen nog wel eens dwepen met de hen toegeschreven minachting voor geld en markten of, erger nog, daadwerkelijk anti-economische voorstellen doen. De reden dat de Partij voor de Dieren een gele kaart kreeg van de Orde van Advocaten was ‘de al te doortastend klinkende voorstellen […] waar gesproken wordt over het afbreken van grote handelsketens, die over één kam lijken te worden geschoren in de veronderstelling dat zij ecosystemen verwoesten en onderdrukking faciliteren.’ De Partij voor de Dieren is bij mijn weten ook de enige partij die in de media pleit voor economische krimp, iets waarvan ik ernstig betwijfel of het progressieve doelen dichterbij gaat brengen. Om te compenseren voor het feit dat ik de Partij voor de Dieren hier negatief uitlicht, wil ik ook vermelden dat deze partij de enige is die klimaatbeleid daadwerkelijk helemaal bovenaan de agenda plaatst, waar het ook hoort. Ondanks mijn kritiekpunten overweeg ik daarom serieus een stem op deze partij.

Linkse kiezers die gevoelig zijn voor het zogenaamde pragmatisme van Mark Rutte’s VVD, op economisch gebied maar ook op andere gebieden, willen zich nog wel eens vertwijfeld afvragen of hun ideeën misschien toch onrealistisch zijn. Ik zal niet beweren dat er geen naïef wensdenken bestaat in progressieve kringen, want het bestaat wel. Het idee van BIJ1 om het leger af te schaffen, is er een voorbeeld van. Maar het kan heus een heel stuk vooruitstrevender dan het ouwbollige, rechtsstaat omzeilende laissezfaire-improvisatietheater waar we nu mee zitten, voordat we aanlopen tegen de absolute grenzen van ons landelijk vermogen.  

Als we gaan stemmen, tenminste.