Skip to content

Kinderrijmpje

In Utrecht is een studentenkamer vrij
Met ongehinderd uitzicht op de maatschappij
Beton en steen staan gestapeld op een rij
Rubber en metaal komen brullend voorbij

De mens regeert al dat dode materiaal
Hij is niet dood maar leeft ook niet helemaal
Hij is niet harig en ook niet kaal
In de maatschappij staat de mens centraal

De maatschappij gaat ‘s morgens vroeg op pad
En als ze dan weer terugkomt is ze afgemat
Van regen wordt de maatschappij nat
Op vrijdagnacht is de maatschappij zat

En in de verte, helemaal ontdaan
Gaat de vorige bewoner er langzaam aan
Hij moest bij zijn vensterraam vandaan
En stevig in de maatschappij gaan staan

De maatschappij neemt hem dankbaar in zich op
Eerst kwam ze tot zijn knieën, nu tot aan zijn kop
En komt er een eind aan zijn getob
Dan schrikt de maatschappij en roept ze: stop

De duivel

De duivel had een keer niks te doen en zocht iemand om te pesten. Hij zag een buschauffeur die heel hard wegreed waardoor een oude vrouw, die nog niet naar haar zitplaats was geschuifeld, bijna viel. Daarna zag hij een studente die haar grofvuil zó op straat gooide, gewoon omdat ze geen zin had de gratis ophaaldienst te bellen. Tenslotte zag hij een alleenstaande moeder van twee kinderen, die na een dag hard werken in een winkel even een dutje wilde doen voor ze zich overgaf aan het huishouden. Ja, dacht de duivel, díé pak ik!

Bisschoppen

Sinterklaas was weer in ‘t land. Achter de baard zat een andere oplichter dan vorig jaar, maar dat hebben de kinderen niet in de gaten. Kinderen leven in hun eigen wereld, een mooie wereld, waarin de waarheid niet doordringt. De waarheid voeren de ouders hen pas in het uiterste geval. Daar hebben de kinderen recht op.

Volwassenen hebben dan weer het recht kinderen in hun gezicht uit te lachen wanneer de laatste resten van deze nepwereld, die ze zelf bij elkaar gelogen hebben, ineenstorten. Ze doen die fase honend af als ‘de puberteit’ en begrijpen zogenaamd niet waarom de kinderen hen langzamerhand beginnen te haten.

Na de puberteit volgt de adolescentie, waarin de kinderen zich, met hun eigen desillusie nog vers in het geheugen, voornemen tegen hún kinderen altijd eerlijk te zijn. Dat is een mooie tijd. Volwassenheid begint met het inzicht dat echte eerlijkheid zelden wordt gewaardeerd en dat je net zo goed tegen je kinderen kunt liegen, als je eenmaal zo stom bent geweest om ze te maken.

Facebook (deel 2)

Vandaag reanimeerde ik mijn Facebookprofiel. Ik deed dat op aandringen van een carrièrecoach, die zei dat ik zonder profiel weinig kans maakte bij werkgevers.

Toen Facebook zich nog leek te beperken tot privécontacten, zag ik weinig reden me aan te sluiten. Ik had geen paarsblauw megabedrijf nodig dat mijn vrienden voor me op een rij zette. Taken, boodschappen, problemen, afspraken, die zette ik op een rij. Mijn vrienden onthield ik gewoon. Nu, honderd onbeantwoorde e-mails later, begreep ik mijn vergissing: Facebook ként geen beperkingen. Het is vind-ik-leuken of sterven.

Mijn ‘prikbord’ zag er precies uit zoals ik het anderhalf jaar geleden achterliet, of in elk geval preciezer dan mijn herinnering. Aan de linkerkant stonden de vrienden keurig in het gelid, alsof ik nooit weg was geweest. Nog steeds kon ik niet begrijpen waarom vrienden elkaar in een openbare database onder zouden brengen om dag en nacht in de gaten te houden. Mijn vijanden dag en nacht in de gaten houden, daar kon ik me iets bij voorstellen, maar mijn vrienden?

Een akelig besef begon bij me te dagen. Wat als de entiteiten op mijn scherm helemaal niet mijn vrienden waren, maar vijanden die zich vóórdeden als vrienden om mij ongestoord te kunnen bespioneren? Digitale bodysnatchers, bijvoorbeeld, van de planeet Gliese 581 g!

Een grondige lezing van de informatiepagina’s van mijn vrienden leverde verontrustende aanwijzingen op die deze schijnbaar absurde veronderstelling staafden. Mijn vrienden zouden bijvoorbeeld nóóit zo oubollig zijn om hun vaste relaties ‘verlovingen’ te noemen. Maar onder het kopje Burgerlijke Staat op Facebook gebruikten ze dat afgezaagde woord wél. Echt iets voor bodysnatchers, dacht ik, om het verschil niet te weten tussen een moderne liefdesrelatie en de aanloop naar een huwelijk. Een kleine achterstand in hun interplanetaire research waarschijnlijk.

Gliese 581 g bevindt zich op enige lichtjaren van de Aarde. Het is dus moeilijk voor de bodysnatchers om zelf met een ruimteschip naar ons toe te komen. Ze infiltreren liever het internet via onze satellieten, want al denken ze nog in verlovingen, ze hebben goed in de gaten dat wij als vliegen in het wereldwijde web hangen. Als ze de digitale mens maar snatchen, komt de analoge mens vanzelf mee.

Geef me een paar maanden en ik maak hier een theorie van die minder krankzinnig is dan homeopathie. Alles liever dan accepteren dat mijn vrienden narcistische aandachttrekkers zijn die met kokette icoontjes en overbodige status-updates om goedkeuring bedelen.

Anti-kraak

Een familie van misplaatsten en mismaakten
Vond vannacht een leegstaand hart en kraakte het

Ze doopten het om tot bloedoffergrot
Ze maakten het hart van binnenuit kapot

Jij had er kunnen wonen
Als je gisteren was gekomen

De sigaret van de vrijdenker

Op 9 november kwamen onder andere Stephen Fry, Richard Dawkins, Sean Penn en Salman Rushdie bij elkaar (de laatste twee via een live videoverbinding) om de briljante, maar terminale journalist/schrijver/spreker Christopher Hitchens alvast te herdenken.

De ceremonie zou mogelijk minder macaber zijn geweest indien Hitchens zelf niet af had hoeven zeggen vanwege een longontsteking bovenop (of moet ik zeggen: onderaan) zijn slokdarmkanker. Aan de andere kant, waarschijnlijk zou zijn graatmagere, starende, zwijgzaam superlatieven in ontvangst nemende aanwezigheid me er alleen maar méér van doordrongen hebben hoe zijn hopeloze toestand de directe aanleiding vormde voor de gezelligheid.

Griezeliger dan de gelegenheid zélf  was Stephen Fry’s terloopse verafgoding van de sigaret als onmisbaar attribuut van de vrijdenker. Toen hij Sean Penn zag roken voor diens webcam, onderbrak hij het voorspelbare interview om te zeggen:

‘We are so pleased to see you smoking, by the way.’

Dit is een merkwaardige uitspraak, temeer omdat er een verband bestaat tussen Hitchens’ nicotineverslaving en het feit dat deze vrijdenker nu, op 62-jarige leeftijd en met zijn geestelijke vermogens nog in topvorm, het podium moet verlaten. Vindt Fry de gedachte aan een hoogbejaarde Hitchens niet opwegen tegen het gemis van romantisch kringelende rookslierten uit sensueel bungelende peuken? Als ik mocht kiezen, zou ik het wel weten. Vrijdenkers sterven vlug genoeg van zichzelf. We hoeven er geen haast mee te maken.

Christopher Hitchens