Skip to content

Samen denken

Vele handen maken licht werk, luidt het spreekwoord. Niet alleen wetenschappers en politici, maar zelfs kunstenaars maken dagelijks de vergissing te denken dat daarom vele hoofden ook wel een briljant plan zullen maken. Ze beelden zich in dat hoofden parallel geschakeld kunnen worden, net als batterijen, en achten zo’n ‘collectief’ tot grotere prestaties in staat dan een hoofd alleen.

Helaas voor hen is een hoofd iets heel anders dan een hand. Wezens met één hoofd en een heleboel handen bestaan er veel op onze planeet en ze zijn ook succesvol, in meerdere opzichten succesvoller dan de mens. Maar wezens met een heleboel hoofden zijn alleen een succes in fantasieverhalen. Als zoiets een keer per ongeluk geboren wordt, leeft het niet lang.

Op dezelfde manier slaagt ook het ‘samen denken’ alleen in onze fantasie. In werkelijkheid leidt ‘samen denken’ tot voorspelbare consensus en onbevredigende compromissen, nooit tot grote prestaties. Die laatste blijven, zeker op artistiek gebied, voorbehouden aan eenzame individuen. Ik hoef hun namen denk ik niet te noemen.

In de regel is het gedrag van groepen mensen eenvoudiger te voorspellen dan het gedrag van individuen. Een sterker argument kan ik niet bedenken om de originaliteit bij het individu te zoeken en niet bij het collectief.

Waar een collectief het onmiddellijk over eens wordt is vanzelfsprekend wat iedereen in het collectief goed vindt: de consensus. Hoe groter het collectief, hoe meer die consensus overeenkomt met de algemeen geldende consensus, dus hoe algemener en onopvallender ook de ideeën zullen zijn die eruit ontstaan. Waar geen consensus over is, daarover moet een compromis worden gesloten. Je zou het product van een collectief daarom als volgt kunnen definiëren: voorzover het geen consensus is, is het een compromis, oftewel: voorzover niet iedereen het goed vindt, vindt niemand het goed, oftewel: voorzover het niet onopvallend is, is het slecht.

Stel dat een groot architectencollectief een woonhuis gaat ontwerpen, dan zal er waarschijnlijk consensus bestaan over de volgende dingen: het huis moet een fundering hebben, muren en een dak, het moet kamers hebben met ramen, waaronder een wc, een badkamer en een keuken. Wat dat betreft kunnen we erop vertrouwen dat het huis wordt als alle huizen. Nu wil de helft van het collectief een plat dak en de andere helft een puntdak. Een plat dak geeft een ruime bovenverdieping, maar van een puntdak loopt het regenwater beter weg. Ze worden het niet eens en komen tot een compromis: de voorste helft van het dak wordt aflopend en de achterste helft plat. Dus aan de voorkant krijgen de bewoners een lastige schuine muur, terwijl er aan de achterkant toch water op het dak blijft staan. Zo verliest een ontwerp door compromitteren zijn integriteit, terwijl de kracht van de consensus ervoor zorgt dat het ook niet origineel is.

Kritiek beweegt zich juist van het compromis af en stelt de consensus ter discussie. De kritische beschouwing van onze voorgangers helpt ons verder te komen dan zij. Het echte ‘samen denken’ is daarom niet de gezellige brainstorm, maar de kritische kanttekening. Alle artistieke meesterwerken zijn te herleiden tot het brein van één of hooguit twee individuen. Zij stonden weliswaar op de schouders van talloze andere individuen, die hen inspireerden of uitdaagden, maar dit ‘denken van de mensheid’ is een heftige opeenvolging van acties en reacties waar eeuwen overheen gaan, iets heel anders dan het ‘samendenkproces’ van een collectief en het blije streven naar middelmatige unanimiteit.

Eén commentaar

  1. Michel Jansen schreef:

    Ik ben het er wel mee eens, maar hoe zou je dan het”denkproces” van de regeringsleiders van de EU-landen willen betitelen?

    dinsdag 25 oktober 2011, om 17:14 | Permalink