Stel je voor. Geen muziek meer op de radio, alleen praatprogramma’s, nieuws en reclame – zónder jingles tussendoor. In kledingwinkels hoor je enkel het geschuif en gekletter van plastic hangers en gedempte mode-adviezen. In de wacht gezette Ziggo-bellers worden geconfronteerd met een ijzige stilte. In het café spreekt iedereen rustig met elkaar, zonder zijn stem te hoeven verheffen.
‘Heb je het al gehoord? De muziekindustrie is failliet.’
Alleen de vogeltjes zingen nog.
Zet je download van de Michael Jackson Discography even op pauze en neem de tijd om dit schrikbeeld op je in te laten werken. (Niet lachen jij, vieze hacker! Dankzij jou staat dit te gebeuren!) Gedaan? Okee, dan mag je nu weer verder downloaden, want ik krijg net door dat het gewoon propaganda is van platenlabels met dure advocatenbureaus en lobby’s tot in de koelkast van de Koningin.
Vroeger was informatie niet los te denken van een fysieke drager. Muziek stond op een plaat, film op een rol, tekst op papier, kennis zat in een hoofd. Nu kan informatie eindeloos gekopieerd en getransporteerd worden als datastroom tussen computers. Wat eerst vastlag op verhandelbare, analoge goederen (behalve het hoofd dan) is nu ontastbare, digitale kennis geworden.
Deze verandering vereist ook een andere manier van denken. Goederen kun je bijvoorbeeld stelen, dat is duidelijk. Je kunt ze afpakken van iemand anders. Maar hoe steel je kennis? Hoe pak je kennis af? Verliest een leraar kennis, als hij antwoord geeft op een vraag van zijn leerling? Verliest een boek kennis, als iemand het aandachtig leest? Verliest een platenlabel kennis, als iemand de enen en nullen, die hij aantreft op een legaal verkregen cd aan anderen communiceert? Het antwoord is natuurlijk: nee. Toch probeert de muziekindustrie ons ervan te overtuigen dat het via internet verspreiden van door hen geleverde informatie ‘gewoon diefstal’ is. Waarom? Omdat deze vrije kennisoverdracht hun ouderwetse optische gegevensdragers (cd’s, dvd’s en Blu-rays) overbodig maakt en omdat ze hun geld liever besteden aan rechtszaken dan aan creatieve moderniseringen.
Casus. Ik koop een nieuwe Opel. Als een echte autoliefhebber kruip ik meteen onder de motorkap. Ik zie dat sommige onderdelen op een andere plaats zitten dan bij andere auto’s. Ik maak een nauwkeurige tekening van de motor met pijlen naar de belangrijkste onderdelen en plaats die op mijn website www.ikwilwetenhoeopelswerken.nl (tijdelijk off line). Verschillende mensen downloaden de tekening. Na een maand ontvang ik een brief van de advocaat van Opel. Of ik de tekening onmiddellijk van mijn website wil halen. De kennis die ik verspreid is eigendom van zijn cliënt en dat maakt mij een dief. Mensen die willen weten hoe een Opel in elkaar zit, moeten er zelf maar één kopen.
Een lachwekkend verhaal. Als Opel niet wil dat mensen weten hoe Opels in elkaar zitten, moet het voortaan de motorkappen maar dichtlassen (of een andere domme maatregel nemen, die men zal leren omzeilen). Waarom vinden we dit voorbeeld lachwekkend, maar de hetze tegen ‘piraterij’ niet? Het principe is toch hetzelfde? Antwoord: omdat kennis van de werking van een auto iemand nog niet in staat stelt voor een grijpstuiver een auto te bouwen, terwijl kennis van de enen en nullen op een muziek-cd gewoon betekent dat je de muziek hebt. En waarom zou je de cd kopen, als je de muziek al hebt? Hoewel een auto, zoals hierboven te zien, net zo goed een gegevensdrager genoemd kan worden, verhandelt Opel niet in de eerste plaats informatie en ondervindt dus veel minder hinder van het vrije internetverkeer dan de platenlabels, die bijna uitsluitend informatiehandel bedrijven.
(Wordt vervolgd.)

Geef commentaar